There’s something about Sanne

17 oktober 2013 § 2 reacties

Ik leef nog! Bijna een half jaar niets geschreven hier. Wel regelmatig aan gedacht, dat wel. Het loopt tegen tweeën in de nacht terwijl ik dit stukje tik, ik kan weer eens niet slapen. Teveel dingen die me wakker houden. Vaak helpt de dingen opschrijven om het op een rijtje te krijgen. Het geen wat me werkelijk wakker houdt is te complex, te absurd en zou me wellicht te herkenbaar maken. Iets wat privé speelt in familiesfeer, iets wat mijn leven momenteel op zijn kop aan het zetten is. Iets wat mijn hele toekomst anders doet gaan worden dan waar ik al 35 jaar van uit ging. Zo zie je maar, niks is zeker.

Anyway. Daarover kan ik helaas niet mijn hart luchten hier. Maar wel mijn verwondering delen over hoe je je op het ene moment compleet onzichtbaar en als een sexloze robot voelt en op the next van maar liefst drie mannen op een rij berichtjes krijgt met de vraag of het leuk is om weer af te spreken. Of nou ja, twee concreet en eentje waarvan je weet dat dat zijn volgende vraag zou zijn. Zou het aan het weer liggen? Of is het gewoon iets in de lucht? Of ben ik daadwerkelijk gewoon onvergetelijk? In een tijdsbestek van, nou, pak ‘m beet een week stond ik als volgt ineens weer in de belangstelling:

1. Pling. Een PB op Facebook van de hufter die mij direct na Raymond via internet benaderde en zich voordeed als J. en een luisterend oor bood, maar de gesprekken heel andere kanten op liet gaan voor ik het door had. Lang en uiteindelijk pijnlijk verhaal, hij heeft me best vaak nog benaderd maar dit was echt lang geleden. Iets along the lines of “Hee! San! (maar dan mijn echte naam ingekort, hou ik niet van als ik je niet ken of wanneer we issues hebben) Dat is een tijdje geleden? Alles goed? X”

Niet geantwoord. Lul. Heeft zo’n misbruik van mijn labiele en ontredderde toestand gemaakt destijds, opzouten. Al was je de laatste man op aarde, J. Al was de laatste man op aarde.

2. Een email. “Hoi Sanne, X hier! Dat is lang geleden! Ik zat een beetje door mijn emails te kijken en kwam berichtjes van je tegen. Zin om binnenkort weer eens af te spreken? X”

Het schaamrood dringt zich naar mijn wangen wanneer ik beken dat ik werkelijk waar niet meer weet wie X is. Het was kennelijk niet erg indrukwekkend. Maar voor ik kan antwoorden krijg ik een volgende email van deze date uit 2010 of 2011, the years of many (want! ik! moet! de! prins! op! het! witte! paard! vinden!)

“Hoi Sanne, ik heb net onze laatste conversatie gelezen. Beschouw mijn laatste email maar als niet verzonden. Groetjes, X”

Ah, oke. Dan heb ik hem denk ik destijds al verbannen uit mijn hoofd. Dat, óf een gevalletje te diep in het glaasje gekeken. Ik weet wel zeker dat het het laatste moet zijn geweest.

3. Vorige week, op Facebook. Pling. Een PB. Leon. “Hee! Dat is lang geleden. Ik dacht, ik ga weer eens kijken op Facebook. Hoe is het met je?”

Het is al laat, ik zie het berichtje op mijn telefoon en besluit niet meteen te reageren. Anders dan ik in 2010 wel deed. Hap, hap. De volgende ochtend in alle vroegte type ik terug dat het goed gaat en stel de wedervraag. Later op de dag vraagt hij of ik altijd zo vroeg wakker ben en dat het met hem ook goed gaat. “Ja, altijd zo vroeg en fijn dat het goed gaat”, is alles wat ik er uit weet te krijgen uit mijn toetsenbord. Koud, kouder, min tien. In tegenstelling tot mijn gloeiende wangen, nog altijd door die laatste keer dat wij oog in oog met elkaar stonden ruim een jaar geleden. Damn.

Ik hoor vervolgens niets meer. Tot een uurtje geleden. “Naar bed jij, anders kom je er morgenochtend niet op tijd uit!” Ik zie het voorbij komen op mijn telefoon wederom. Kennelijk staat mijn Facebook op mijn computer nog open. “Was ik net van plan, welterusten!” type ik. “Zo dat is kort maar krachtig”, typt hij direct terug, “slaap lekker dan maar”. “Thanks, jij ook!”, kaats ik terug en verdiep me weer in de fantastische wereld die Netflix heet (al ontdekt? Zo niet: nu doen!). Even later zie ik een popup op mijn iPhone beginscherm. “Zin om binnenkort af te spreken? Het lijkt me…” De rest kan ik niet lezen, want swipen betekent Facebook openen en dus online zijn en want wel zo netjes verplicht om op deze vraag direct te beantwoorden. Even later nog een pop-up: “Ik bel je binnenkort wel even”. Godsamme. Nee, dáár zit ik op te wachten.

Hoe ga ik hierop reageren?

– Nee, sorry, ik zit nogal in een moeilijke periode momenteel

– Nee, daar heb ik geen behoefte aan. Niks persoonlijks, hoor!

– Nee, daar heb ik geen behoefte aan.

– Lijkt me leuk, maar ik ben zo druk momenteel!

– Lijkt me leuk, ik kom er nog op terug!

Argh! Ik ben daar zo slecht in! Wil ik afspreken? Nee! NO WAY! Maar hoe zeg ik dat? Pfffff…

Waar ben ik?

Je ziet het archief van oktober, 2013 om Sanne in the City.