Verhuisd dus en oh ja

28 april 2014 § Een reactie plaatsen

Inmiddels elders gesetteld. Wil je weten waar, stuur dan een berichtje naar sanneinthecity@gmail.com en misschien krijg je een verhuisbericht met link terug. 🙂

moveblog

Verhuisd

8 april 2014 § 3 reacties

The end of an era, of zoiets. De drempel om hier nog iets te schrijven ligt inmiddels hoog, ik bewaar dit als een document en laat het online staan. Wellicht een bron van herkenbaarheid voor anderen. Reacties blijven welkom.

Intussen ga ik verder op een andere plek op een brand new schoon nieuw blog ergens anders op het web. Bedankt voor alle lieve berichtjes die ik heb mogen ontvangen!

verhuisd

There’s something about Sanne

17 oktober 2013 § 2 reacties

Ik leef nog! Bijna een half jaar niets geschreven hier. Wel regelmatig aan gedacht, dat wel. Het loopt tegen tweeën in de nacht terwijl ik dit stukje tik, ik kan weer eens niet slapen. Teveel dingen die me wakker houden. Vaak helpt de dingen opschrijven om het op een rijtje te krijgen. Het geen wat me werkelijk wakker houdt is te complex, te absurd en zou me wellicht te herkenbaar maken. Iets wat privé speelt in familiesfeer, iets wat mijn leven momenteel op zijn kop aan het zetten is. Iets wat mijn hele toekomst anders doet gaan worden dan waar ik al 35 jaar van uit ging. Zo zie je maar, niks is zeker.

Anyway. Daarover kan ik helaas niet mijn hart luchten hier. Maar wel mijn verwondering delen over hoe je je op het ene moment compleet onzichtbaar en als een sexloze robot voelt en op the next van maar liefst drie mannen op een rij berichtjes krijgt met de vraag of het leuk is om weer af te spreken. Of nou ja, twee concreet en eentje waarvan je weet dat dat zijn volgende vraag zou zijn. Zou het aan het weer liggen? Of is het gewoon iets in de lucht? Of ben ik daadwerkelijk gewoon onvergetelijk? In een tijdsbestek van, nou, pak ‘m beet een week stond ik als volgt ineens weer in de belangstelling:

1. Pling. Een PB op Facebook van de hufter die mij direct na Raymond via internet benaderde en zich voordeed als J. en een luisterend oor bood, maar de gesprekken heel andere kanten op liet gaan voor ik het door had. Lang en uiteindelijk pijnlijk verhaal, hij heeft me best vaak nog benaderd maar dit was echt lang geleden. Iets along the lines of “Hee! San! (maar dan mijn echte naam ingekort, hou ik niet van als ik je niet ken of wanneer we issues hebben) Dat is een tijdje geleden? Alles goed? X”

Niet geantwoord. Lul. Heeft zo’n misbruik van mijn labiele en ontredderde toestand gemaakt destijds, opzouten. Al was je de laatste man op aarde, J. Al was de laatste man op aarde.

2. Een email. “Hoi Sanne, X hier! Dat is lang geleden! Ik zat een beetje door mijn emails te kijken en kwam berichtjes van je tegen. Zin om binnenkort weer eens af te spreken? X”

Het schaamrood dringt zich naar mijn wangen wanneer ik beken dat ik werkelijk waar niet meer weet wie X is. Het was kennelijk niet erg indrukwekkend. Maar voor ik kan antwoorden krijg ik een volgende email van deze date uit 2010 of 2011, the years of many (want! ik! moet! de! prins! op! het! witte! paard! vinden!)

“Hoi Sanne, ik heb net onze laatste conversatie gelezen. Beschouw mijn laatste email maar als niet verzonden. Groetjes, X”

Ah, oke. Dan heb ik hem denk ik destijds al verbannen uit mijn hoofd. Dat, óf een gevalletje te diep in het glaasje gekeken. Ik weet wel zeker dat het het laatste moet zijn geweest.

3. Vorige week, op Facebook. Pling. Een PB. Leon. “Hee! Dat is lang geleden. Ik dacht, ik ga weer eens kijken op Facebook. Hoe is het met je?”

Het is al laat, ik zie het berichtje op mijn telefoon en besluit niet meteen te reageren. Anders dan ik in 2010 wel deed. Hap, hap. De volgende ochtend in alle vroegte type ik terug dat het goed gaat en stel de wedervraag. Later op de dag vraagt hij of ik altijd zo vroeg wakker ben en dat het met hem ook goed gaat. “Ja, altijd zo vroeg en fijn dat het goed gaat”, is alles wat ik er uit weet te krijgen uit mijn toetsenbord. Koud, kouder, min tien. In tegenstelling tot mijn gloeiende wangen, nog altijd door die laatste keer dat wij oog in oog met elkaar stonden ruim een jaar geleden. Damn.

Ik hoor vervolgens niets meer. Tot een uurtje geleden. “Naar bed jij, anders kom je er morgenochtend niet op tijd uit!” Ik zie het voorbij komen op mijn telefoon wederom. Kennelijk staat mijn Facebook op mijn computer nog open. “Was ik net van plan, welterusten!” type ik. “Zo dat is kort maar krachtig”, typt hij direct terug, “slaap lekker dan maar”. “Thanks, jij ook!”, kaats ik terug en verdiep me weer in de fantastische wereld die Netflix heet (al ontdekt? Zo niet: nu doen!). Even later zie ik een popup op mijn iPhone beginscherm. “Zin om binnenkort af te spreken? Het lijkt me…” De rest kan ik niet lezen, want swipen betekent Facebook openen en dus online zijn en want wel zo netjes verplicht om op deze vraag direct te beantwoorden. Even later nog een pop-up: “Ik bel je binnenkort wel even”. Godsamme. Nee, dáár zit ik op te wachten.

Hoe ga ik hierop reageren?

– Nee, sorry, ik zit nogal in een moeilijke periode momenteel

– Nee, daar heb ik geen behoefte aan. Niks persoonlijks, hoor!

– Nee, daar heb ik geen behoefte aan.

– Lijkt me leuk, maar ik ben zo druk momenteel!

– Lijkt me leuk, ik kom er nog op terug!

Argh! Ik ben daar zo slecht in! Wil ik afspreken? Nee! NO WAY! Maar hoe zeg ik dat? Pfffff…

Dromen

31 mei 2013 § 2 reacties

sleepinggirlGelukkig komt het niet meer heel veel voor, maar ik droom nog af en toe over Raymond. Op onverklaarbare momenten, na dagen waarop hij niet in mijn gedachten is geweest komen hij en zij als een irritante onwegklikbare pop-up mij verstoren tijdens mijn nachtrust. Echt, ik heb liever bezoek van Barry Atsma dan mijn ex en zijn liefde van zijn leven. Maar dat het ook  anders kan, merkte ik vannacht. Ik was zo rond half vijf wakker geworden. De buren hadden een feestje die afgesloten moest worden door luid gezang.

In de lichte slaap erna had ik een levensechte droom over Raymond, anno nu. We waren elkaar weer tegen gekomen, hij was weer single en we besloten het weer te proberen. Hij trok weer hier in huis maar het voelde meteen al vreselijk verstikkend. Hij was namelijk geen spat veranderd: hij zat direct vastgeplakt aan zijn beeldschermen met zijn eeuwige koptelefoon met microfoon op zijn hoofd. Een grote ruzie later pakte hij zijn spullen en vond ik het geweldig om weer alleen te zijn. Ik werd heel blij en opgelucht wakker dat dat ook echt zo was. Vreemd, maar fijn.

So far so nothing

20 mei 2013 § Een reactie plaatsen

Nee, niks eigenlijk. Eigen schuld. Ik sta al een tijd op de automatische piloot. Niet mijn jaar gezondheid technisch gezien en dat van mijn huisdieren, maar los daarvan ook niet mijn jaar op het gebied van hoe ik in mijn vel zit. Het vreet aan me, het hele Diva verhaal. Belachelijk, want dat gun ik haar niet. Maar het doet zeer. Begreep ook echt niet waarom ze mijn vriendje wilde worden op Facebook nadat ze mij zelf verwijderd had na onze ruzie vorig jaar. Nu wel, het kwartje viel wat laat, zoals wel vaker bij mij. Ik heb, laten we zeggen het eerste jaar na de breuk met Raymond heel stomme dingen gedaan. Dingen die ik hier als anonieme Sanne (op een handjevol irl mensen na, waar ik eerlijk gezegd spijt van heb want ik hou me in merk ik) nooit  heb beschreven. Echt belachelijke en gevaarlijke dingen. Er zit een engel op mijn schouder, wat ik je brom.

Maar goed, Heleen van Royen zou goedkeurend knikken bij het horen van het aantal mannen…nou ja, veel. Ik was vaak in een alcoholische toestand, online en offline waarbij die eerste link (no pun intended) bleek. Ik hield er twee stalkers aan over. Een digitale en één echte. Die laatste was heel eng. Echt heel eng, de rillingen… Maar die digitale hield het lang vol. Jezus, eng ook. Besefte me dat ik zoveel over mezelf had verteld in onze urenlang durende chats, dat hij me daar mee intimideerde. Door bijvoorbeeld een afbeelding van een boek van mijn favoriete schrijfster te emailen. Dan weer een liedje van mijn favoriete artiest. Heel naar en een hele grote les: wees voorzichtig online, diegene met wie je chat kan heel iemand anders zijn, en dat was in dit geval ook zo. Maar dat was wel het laatste on my mind nadat ik gedumpt werd in dat enge, kille maart 2010 en mijn vervangster achter de schermen al klaar stond. Doet gekke dingen met je. Zeker wanneer van nature al onzeker bent wordt die eigenschap vergroot en groeit je drang naar bevestiging. Mannelijke aandacht. Iets. Joehoe, zie mij!

Anyway. Niet die stalker, maar een ander eng, eng persoon (daar had ik wel over verteld en ik beken, nog niet eens de helft wat zeg ik een kwart) mij na bijna drie jaar ineens een vriendschapsverzoek stuurde via Facebook. Mijn hart zat in mijn keel. Wat eng! Na al die tijd ook, waarom? Sowieso heb ik dat met meer mannenpersonen ondervonden, die doodleuk na een jaar of zelfs twee jaar emailen of sms’en: hee, hoi, alles goed, zin om nog eens af te spreken? Well duh, leeg little black book ofzo? Emails a la, die kan ik verwijderen en niet meer bij stil staan. Maar een Facebook uitnodiging door iemand die zoveel enge herinneringen oproept, die dan ineens zo dichtbij in mijn leven komt. Ik bekeek mijn Facebook account door zijn ogen. Wat kon hij veel zien. Uiteraard verwijderde ik zijn verzoek maar heb ook de privacy instellingen van mijn account strak aangetrokken. Even erna kreeg ik een uitnodiging van hem op een ander account dat ik beheer, waar mijn achternaam in voor komt en hij via mijn Facebook terecht gekomen moet zijn. Heel, heel eng. Naar. Yikes.

Dus. Ik denk dat Diva toen tegen een dichte muur aanbotste, een rood stoplicht te zien kreeg toen op mijn profiel wilde lurken. Niet dat ik nou zo’n interessant leven leidt, momenteel in elk geval totaal niet, gaap, maar later realiseerde ik me pas dat ze toen haar trots weggeslikt moest hebben en mij die uitnodiging moet hebben gestuurd en wat berichtjes. Met daarin de bekentenis dat ze me mist. Right. Mijn laatste berichtje naar haar dateert van zeker zes weken geleden, het was wel bekeken maar er volgde geen antwoord.

Dus. Ik heb net weer een oproepje geplaatst op één of ander prikbord. Ongelofelijk blijft het, hoeveel vrouwen er op zoek zijn. Niet eens naar een relatie, want eindelijk kan ik oprecht zeggen dat ik, op wat warmte na, daar echt totaal niet op zit te wachten op dit moment in mijn leven, maar wat stapmaatjes ja. Geen jaloersebitchescompetitieweightwatchersgeouwehoer maar gewoon, leuke vrouwen die net als ik van zangers houden en van wijn. Veel wijn. Dat is lang geleden. Had ik vorig jaar nog minstens zes glazen nodig om iets te voelen denk ik dat ik er nu na één al sta te wankelen. We zullen zien. Any fun single ladies out there?

Mooi liedje

2 mei 2013 § Een reactie plaatsen

“And now she’s waiting for the right kind of pilot to come”

Voorbijgangers

30 april 2013 § Een reactie plaatsen

Na dat plotselinge, belachelijk vreemde en definitieve afscheid heb ik Raymond nooit meer gezien. Hij is, voor zover ik weet destijds ingetrokken bij zijn ouders en die wonen hier een heel eind vandaan. Wel werkte Raymond nog in de regio, maar ergens op een bedrijvenpark hier uit de buurt, waar ik zelf als autoloze nooit kom. De kans om hem tegen te komen was klein. Tot het bedrijf waar hij werkte ging verhuizen naar een plek waar ik regelmatig voorbij loop. Ik ben inmiddels na ruim drie jaar niet meer dagelijks met hem bezig (godzijdank) maar vind het wel irritant dat ik door een levensgroot bord op een levensgroot gebouw elke keer aan hem wordt herinnert. Maar goed, overkoombaar. Alles went, ook dat.

Tot vorige week. Het was ’s middags, rond lunchtijd. De stad is dan bezaaid met mensen die een stukje gaan lopen en/of een broodje gaan halen in één van de vele zaakjes. Met mijn gedachten op nul en slalommend door de ‘wilt u een gratis dagblad mevrouws’ en de ‘mag ik één minuutje van uw tijd voor de zielige kindjes in Afrika’s’ liep ik door een van de drukste straten van het centrum. En ineens leek de drukte, met alle mensen in zich, te vervagen. Eén persoon lichtte op. Alles leek in slow motion verder te bewegen, ik zag alleen hem. Raymond. Denk ik. Het ging te snel, het was te druk, maar ik durf niet mijn handen ervoor in het vuur te steken dat hij het niet was. Hij liep met een vrouw naast zich, druk in gesprek. Een zonnebril op, mijn lengte (behoorlijk klein voor een man), breed, kort donker haar en de kleren waar je Raymond in kon uittekenen: blauwe jeans en een zwarte jas.

Mijn hart zat ergens in mijn keel en ik keek nog een paar keer achterom, waarop een rood dragende bodywarmer dacht dat hij een potentieel target voor energiemaatschappij/dagblad/goed doel x in zijn vizier had. Snel liep ik door. Voorjekijkendoorlopen. Wat was het raar geweest als onze blikken hadden gekruist en hij het daadwerkelijk was. Had hij me herkend? Vast wel. En dan? Uiteraard weer fijn (not) over gedroomd. Ik wil hem verdomme niet meer in mijn dromen. Niet meer in mijn hoofd. Niet meer toch eens kijken of hij ook op Instagram zit. En jawel. Zo’n verveemdende profielfoto heeft hij daar. Draagt een überhippe hipster zwarte bril. Hij droeg nooit een bril, geen lenzen ook. Vond kanalen als Twitter, Facebook en Instagram iets voor trieste attention whores en triest. En nu is hij er actief, zo raar.

Tijd voor wat nieuws, een zoveelste nieuw begin, een nieuw hoofdstuk. Diva heeft inmiddels weer meerdere malen virtueel contact gezocht. Doet me best pijn, nu we weer Facebook vriendjes zijn zie ik weer haar hele reilen en zeilen. Avondjes stappen met “the girlz“, high tea hier, weekendje weg daar. Allemaal met die girliez die ze voor het merendeel via mij heeft leren kennen en waarvan ik nooit meer iets gehoord heb. Die allemaal niet beter weten dan dat ik de jaloerse bitch was en zij miss Innocent. Frustrerend. Ze schreef dat ze me mist. Het is niet te zien. Laatst had ik een oproepje geplaatst, op zo’n Flair/Viva/vriendinnen website onder een nickname. En wie reageert er? Eén van die girliez. Niet op gereageerd. Ik begin het stappen af en toe wel te missen. Het optutten, het vol laten lopen en gewoon, mannen, aandacht, Zangers. Tijd voor wat nieuws. Weer.